Zonnepanelen op een dakkapel plaatsen lijkt aantrekkelijk, maar is in de praktijk bijna nooit verstandig. De beperkte ruimte, de schaduw van het hoofddak en de constructie van een dakkapel zorgen samen voor een combinatie die slecht werkt. Hieronder lees je waarom, en wat je beter kunt doen.
Waarom zonnepanelen op een dakkapel zo weinig opleveren
Een dakkapel staat nooit vrij. Het hoofddak reikt er bovenuit, waardoor de dakkapel het grootste deel van de dag in de schaduw ligt. Zonnepanelen zijn gevoelig voor schaduw: al een klein donker vlak op één paneel kan de opbrengst van een heel systeem flink verlagen. Op een dakkapel heb je structureel met die schaduw te maken, niet alleen ’s ochtends vroeg of ’s avonds laat.
Daar komt bij dat de platte daken van dakkapellen doorgaans klein zijn. Een standaard dakkapel heeft een dakvlak van misschien twee tot vier vierkante meter. Daar passen één of twee panelen op, wat de jaarlijkse opbrengst al bij voorbaat sterk beperkt. Eén paneel levert bij ideale omstandigheden zo’n 300 tot 450 wattpiek. Op een dakkapel met structurele beschaduwing kom je in de praktijk beduidend lager uit.
Constructie: draagt een dakkapel het gewicht wel?
Zonnepanelen wegen gemiddeld 15 tot 20 kilogram per stuk, plus het bevestigingsmateriaal. Een dakkapel is constructief lichter gebouwd dan het hoofddak van een woning. Niet elke dakkapel is berekend op extra belasting, zeker oudere exemplaren niet. Voordat je überhaupt overweegt om panelen te plaatsen, zou je een constructeur moeten laten beoordelen of de dakkapel het gewicht kan dragen. Dat kost geld en tijd, terwijl de opbrengst sowieso laag is.
Ook de bevestiging is lastiger dan op een schuin pannendak. Op een plat dak gebruik je ballastblokken of speciale beugels, maar ook die vereisen een draagkrachtige constructie eronder. Lekkagerisico is een extra aandachtspunt: doorboren van een plat dak van een dakkapel verhoogt de kans op vochtproblemen.
Zonnepanelen op dakkapel: zijn er uitzonderingen?
Er zijn situaties waarin het iets minder ongunstig uitpakt. Als je dakkapel aan de zuidkant zit, relatief weinig schaduw vangt en groot genoeg is, kan het opbrengstverlies beperkt blijven. Toch blijft de verhouding tussen kosten en opbrengst in de meeste gevallen ongunstig. Je betaalt voor installatie, eventueel constructief onderzoek en materiaal, terwijl je jaarlijkse opbrengst beperkt is.
Een andere situatie: wie absoluut geen andere plek heeft om panelen te leggen en toch iets wil opwekken, kan besluiten het te proberen. Maar dan is het verstandig om realistisch te zijn over de verwachtingen en je investering laag te houden.
Wat zijn betere alternatieven?
Als je meer wilt opwekken, zijn er vrijwel altijd betere opties:
- Het hoofddak: een schuin zuidgericht dakvlak zonder schaduw is de meest rendabele plek voor zonnepanelen. Zelfs een oost-west-opstelling op het hoofddak presteert beter dan een dakkapel.
- Plat dak van de woning: als je woning een plat dak heeft, kun je panelen onder een optimale hoek plaatsen op ballastframes.
- Zonnepanelen op de garage of berging: een laag bijgebouw met een goed dakvlak kan een praktisch alternatief zijn.
- Postcoderoos of salderingsregeling: heb je echt geen bruikbaar dak, dan kun je via een energiecoöperatie in de buurt toch profiteren van zonne-energie.
De keuze voor zonnepanelen op een dakkapel is zelden de slimste investering. Een goede installateur kijkt altijd eerst naar het hoofddak voordat hij uitwijkt naar een dakkapel, precies omdat de opbrengst daar structureel lager ligt. Wil je toch weten wat haalbaar is in jouw situatie? Laat dan meerdere offertes maken en vraag expliciet om een schatting van de jaarlijkse opbrengst per locatie, zodat je een eerlijke vergelijking kunt maken.
