Een lichtstraat met ventilatie is mogelijk, en er zijn meerdere manieren om dat te realiseren. De meest toegankelijke optie is een lichtstraat met te openen ramen of klepjes. Een andere aanpak is kiezen voor hoogwaardig glas (HR++ of HR+++) zonder openingen, maar dan moet je de ventilatie op een andere manier in het gebouw oplossen. Welke keuze het beste bij jouw situatie past, hangt af van het gebouw, de ruimte eronder en de eisen die je stelt aan isolatie en luchtkwaliteit.
Lichtstraat met ventilatie: twee hoofdopties
Er zijn twee duidelijk verschillende routes als je een lichtstraat wilt combineren met ventilatie.
1. Een lichtstraat met te openen elementen. Dit zijn lichtstraten waarbij een of meer panelen of klepjes te openen zijn. Door ze te openen ontstaat een directe luchtverbinding met buiten. Dit werkt goed voor natuurlijke ventilatie: warme lucht stijgt op en verdwijnt via de opening, terwijl koelere lucht lager in de ruimte naar binnen kan komen. Zeker in woonkeuken-eetkamercombinaties of woonkamers met een aangebouwde uitbouw is dit populair, omdat de ruimte snel gelucht kan worden zonder ramen aan de zijkant te openen.
2. Een gesloten lichtstraat met mechanische ventilatie elders. Als je kiest voor een volledig gesloten lichtstraat, bijvoorbeeld met HR++ of HR+++ veiligheidsglas voor maximale isolatie, dan is er geen directe luchtuitwisseling via het daklicht. In dat geval moet de ventilatie van de ruimte op een andere manier geregeld worden, via een wtw-systeem (warmteterugwinning), een douche- of keukenventilator, of ramen in de gevel.
Hoe werkt ventilatie via een te openen lichtstraat?
Bij een lichtstraat met te openen klepjes of ramen werkt het principe op basis van het zogenoemde thermisch zuigeffect (ook wel schoorsteeneffect genoemd). Warme lucht is lichter dan koude lucht en stijgt van nature omhoog. Als je een opening bovenin de ruimte hebt, in dit geval in het daklicht, stroomt de warmte naar buiten. Tegelijk wordt er via een opening lager in de ruimte (een deur, raam of ventilatierooster) verse lucht aangevoerd.
Dit principe werkt het best als er hoogteverschil zit tussen de luchtinlaat (laag) en de luchtuitlaat (hoog via de lichtstraat). Hoe groter het verschil, hoe beter de trek. In een uitbouw van gemiddelde hoogte werkt dit al goed; in een hogere ruimte nog beter.
Let op: bij warm weer kan dit effect omslaan. Als de buitentemperatuur hoger is dan de binnentemperatuur, treedt er geen koeling op via het openen van de lichtstraat. Het kan dan juist heter worden binnen. Ventileer bij voorkeur vroeg in de ochtend of in de avond als de buitenlucht koeler is dan de binnenlucht.
Glas kiezen: isolatie versus ventilatiemogelijkheid
Hier zit een afweging die je bewust moet maken. HR+++ glas isoleert uitstekend en voorkomt warmteverlies in de winter, maar een lichtstraat met dit glas is vrijwel altijd gesloten. Je kunt er niet doorheen ventileren.
Een lichtstraat met te openen panelen heeft standaard iets minder isolatiewaarde dan een volledig gesloten versie met topglas, maar het verschil is in de praktijk voor de meeste woningen beperkt. Als je al goede vloer-, muur- en dakisolatie hebt, weegt dat verlies zelden zwaar.
- HR++ of HR+++ gesloten lichtstraat: beste isolatie, geen directe ventilatie mogelijk via het daklicht.
- Lichtstraat met te openen elementen: iets minder isolerend, maar directe ventilatie op warme dagen of bij koken en douchen.
Als je twijfelt: in een woonruimte waar regelmatig gekookt wordt of waar weinig ramen aan de zijkant zijn, is een te openen lichtstraat praktisch veel waard.
Wanneer is een te openen lichtstraat niet handig?
Er zijn situaties waarin je beter kiest voor een gesloten lichtstraat en de ventilatie anders oplost. Denk aan een ruimte die via een mechanisch ventilatiesysteem al goed doorgelucht wordt. In dat geval voegt een te openen lichtstraat weinig toe en kies je beter voor de beste isolatiewaarde.
Ook bij lichtstraten op platte daken met veel bladval of in gebieden met veel fijn stof of pollen kunnen te openen klepjes onpraktisch zijn: insecten, bladeren of stof kunnen naar binnen komen als de opening niet voorzien is van een fijnmazig net.
Tot slot: een te openen lichtstraat vraagt iets meer onderhoud dan een gesloten versie. De scharnieren, afdichtingsrubbers en het bedieningsmechanisme moeten periodiek gecontroleerd en indien nodig gereinigd of vervangen worden.
Bedieningsmogelijkheden: handmatig of automatisch
Te openen lichtstraten zijn verkrijgbaar met handmatige bediening (een hendel of ketting) of met een elektrische motor. Een elektrisch te openen lichtstraat kan gekoppeld worden aan een schakelaar, afstandsbediening of zelfs een regensensor die de klepjes automatisch sluit zodra het begint te regenen. Dat laatste is praktisch: je hoeft niet zelf in de gaten te houden wat het weer doet.
Voor uitbouwen van gemiddelde grootte zijn elektrisch te openen lichtstraten tegenwoordig betaalbaar en betrouwbaar. Een regensensor is een zinvolle toevoeging als je de lichtstraat overdag onbeheerd open wilt laten staan.
Wil je ventileren via een lichtstraat, kies dan bewust voor een uitvoering met te openen elementen en controleer of er een goede aanvoer van frisse lucht lager in de ruimte mogelijk is. Zonder die aanvoer werkt het thermisch effect maar half. Combineer je dat goed, dan heb je een goedkope, stille en onderhoudsvriendelijke manier van ventileren zonder extra apparatuur.
